Tien meter links van me duikt Jasper weg, grijpt wat handenvol verse sneeuw en keilt een sneeuwbal vol in het gezicht van Ed. Ha! Raak! Ed schudt zijn hoofd, wrijft de sneeuw uit zijn ogen en staat even te knipperen. Hij rent een paar meter naar achteren, maakt een stevige sneeuwbal en gooit hem met een wilde beweging terug. Hij mist Jasper op een haar na.

Even later komt Menno naar me toe met een betraand gezicht: “Meester, Jan gooide een ijsbal midden in mijn gezicht!”. Snikkend staat hij daar, in de volle overtuiging dat ik Jan op z’n kop ga geven. Ik denk na. Ik kan nu Jan erbij roepen, en die zal waarschijnlijk beweren dat het geen ijsbal was en dat het niet zijn bedoeling was om Menno pijn te doen. Ik zeg: “En nu? Je kunt nu aan de kant gaan staan en zielig zijn en niet meer meedoen, of je kunt je tranen wegvegen en een sneeuwbal terug gooien. Wat ga je doen?” Menno kijkt me beduusd aan en blijft er een beetje zielig bij staan. Dat was niet wat hij verwacht had. Na een halve minuut zielig gedaan te hebben, zonder aandacht, rent hij het slagveld weer op om verder te spelen.

Dat lijkt wel een beetje op het leven hè. Dingen die andere mensen tegen je zeggen of die ze doen kunnen je behoorlijk hard raken. Meestal veel harder dan het door iemand anders bedoeld was. Tegelijkertijd deel je door wat je zelf doet en zegt ook rake klappen uit.

Als iemand jou een ijsbal in je gezicht geslingerd heeft, kan dat best een tijdje zeer doen. Maar uiteindelijk heb je in het echte leven, net zoals in sneeuwbalgevechten, vaak een simpele keus. Je kunt je ogen uitwrijven en je weer in het gewoel storen. Of je kunt triestig aan de kant gaan staan, jezelf zielig voelen, boos zijn op anderen en niet meer meedoen.

Met dat laatste heb je alleen jezelf. Dus, kom op, blijf niet staan kniezen. Veel plezier in de sneeuw!