Parkje“Vandaag…”,

dacht de jongen,

“ga ik God opzoeken”.

Waar God precies woonde, wist hij niet. Voor de zekerheid nam hij daarom maar wat eten en drinken mee. Een zak chips en een paar pakjes appelsap verdwenen in zijn stoere Bob de Bouwer rugzak. Hij gaf zijn moeder een zoen op haar wang en liep de achtertuin uit.

Langs de school, langs de supermarkt, alsmaar liep hij door. Hij kreeg het warm en begon steeds vaker aan de heerlijke pakjes appelsap in zijn tas te denken. Iets verder zag hij een mooi park, en besloot daar even te stoppen.

Op een bankje in het park zag hij een oudere vrouw zitten. Stil zat ze voor zich uit te kijken naar een groepje duiven. “Oma”, dacht hij, maar nee, ze zag er toch net iets anders uit. Rustig ging hij naast haar op het bankje zitten en maakte zijn rugzak open. Hij prikte het rietje in zijn pakje en begon te drinken. De appelsap was een beetje lauw, maar wel lekker. De oude vrouw zag er een beetje raar uit. Alsof ze niet helemaal in orde was. Zou ze misschien honger hebben? Hij keek naar de zak chips in zijn tas, pakte die, scheurde hem open en bood haar wat chipjes aan. Ze lachte vriendelijk en pakte het handje chips aan. Langzaam begon ze de chips op te eten en hij kon zien dat ze ervan genoot.

Hij werd helemaal warm van binnen van haar lieve glimlach en wilde graag nog iets aardigs voor haar doen. Snel pakte hij één van de pakjes appelsap uit zijn tas en bood die haar ook aan. Opnieuw lachte ze zo vriendelijk! Nu durfde hij ook terug te lachen.

Ook de rest van de chips en zijn pakjes appelsap deelde hij met haar. En zo ging de rest van de middag voorbij. Etend, drinkend en lachend; maar ze zeiden niks tegen elkaar.

Toen het een beetje begon te schemeren, begon hij te gapen en merkte de jongen dat hij eigenlijk best wel moe was. Tijd om terug naar huis te gaan, dacht hij. Zijn rugzak was snel ingepakt en hij stond op om weg te gaan. Een paar stappen zette hij, en toen draaide hij zich in een impuls om en rende terug naar de oude vrouw. Hij sloeg zijn armen om haar heen en zij omhelsde hem. Op haar gezicht zag hij de mooiste lach die hij tot nu toe gezien had.

Gelukkig kon hij de weg naar huis nog gemakkelijk terugvinden. Thuisgekomen liep hij door de achterdeur naar binnen. Een beetje ongerust kwam zijn moeder vanuit de keuken naar hem toe. Ze was blij hem weer te zien; het viel haar op hoe gelukkig en blij hij eruit zag. “Wat heb je voor bijzonders gedaan? Je ziet er zo gelukkig uit!” Hij antwoordde: “Ik heb samen met God op een bankje in het park gezeten en chips gegeten.” En, voor zijn moeder kon reageren, voegde hij eraan toe: “Ze heeft de liefste glimlach die ik ooit gezien heb!”

Ondertussen was de oude vrouw, ook stralend, bij haar huis aangekomen. Haar zoon was in de voortuin bezig en zag haar voldaan gezicht. “Moeder, wat heb je voor bijzonders meegemaakt vandaag? Je ziet er zo intens gelukkig uit!”. De oude vrouw lachte en zei: Ik heb chips gegeten en appelsap gedronken met God.” En, voor haar zoon daarop kon reageren, voegde ze eraan toe: “Weet je… hij is veel jonger dan ik verwacht had!”

(vertaald en herschreven, engelse bron: rondzwervend verhaal op internet)