Het was stil. Toen ging de telefoon. Ik nam op en ze zei: “Hey, het lijkt me leuk om vandaag even langs te komen. Goed idee?”. “Nou nee”, zei ik, terwijl ik om me heen keek naar de puizooi. “Ik ben aan het klussen en het is hier een enorme rotzooi. We kunnen beter een keertje afspreken als mijn huis een beetje op orde is.”

Een paar dagen later zat ik op de bank. De telefoon ging. Ik nam op en ze zei: “Hey, zullen we vanavond wat leuks gaan doen? Het lijkt me leuk om je weer eens te zien!” Leuk vond ik het ook wel, maar de dag was lang geweest, ik was niet in zo’n best humeur en nogal druk in mijn hoofd. Kortom: niet bijzonder leuk om iets mee te doen. Ik vertelde haar waarom ik liever niets afsprak.

Een week later stond ik ‘s avonds te koken. De telefoon ging. Ik nam op en ze zei: “Hey, ik ben in de buurt en heb een uurtje over. Zal ik even een kop koffie komen drinken?”. “Tsja… we hebben zoveel te bespreken, dat lukt nooit in een uurtje. Ik denk dat we beter een andere keer af kunnen spreken, als we wat meer tijd hebben.”

De dag daarna zat ik na het eten op de bank een boek te lezen. Opeens hoorde ik een ongelooflijke klap in de gang. Ik liep erheen en daar stond ze. De deur had een optater gehad. Ze stond met haar handen in haar zij en keek me met een felle blik aan: “Zo. En nu wil ik gewoon bij je zijn. De rest maakt me niets uit.”