Parkje“Vandaag…”,

dacht de jongen,

“ga ik God opzoeken”.

Waar God precies woonde, wist hij niet. Voor de zekerheid nam hij daarom maar wat eten en drinken mee. Een zak chips en een paar pakjes appelsap verdwenen in zijn stoere Bob de Bouwer rugzak. Hij gaf zijn moeder een zoen op haar wang en liep de achtertuin uit.

Langs de school, langs de supermarkt, alsmaar liep hij door. Hij kreeg het warm en begon steeds vaker aan de heerlijke pakjes appelsap in zijn tas te denken. Iets verder zag hij een mooi park, en besloot daar even te stoppen. verder gaan met lezen…